 Algemeen
Het 1e jaar na inzaai:
uitwieden en schoffelen van ongewenste soorten, afhankelijk van oppervlak.
Hierna in de herfst (sept-okt) 1e maaibeurt.
Vanaf het 2e jaar:
1 of 2 keer maaien (afhankelijk van de grondsoort), het maaisel moet na droging worden afgevoerd.
Fasering van het maaibeheer is van wezenlijk belang voor aanwezige fauna (insecten, vlinders), dus indien mogelijk het maaien verdelen in ruimte en tijd.
Voor een beheerplan op maat afgestemd op de situatie ter plaatse zijn wij u graag van dienst met advisering. |